Access
Hole
Een
via-gat in een multilayer dat doorloopt tot aan een binnenlaag; dus
niet door
de gehele multilayer. Het is geboor en doorgemetaliseerd in het
eindproduct.
Aging
Verouderen.
Annular ring
Zie
restring.
AQL
Acceptable
Quality Level. Maximaal aantal fouten per honderd, dat als aanvaarbaar
wordt
aangenomen voor een process gemiddelde.
Arrow
Heading
Versmalling
van de aansluiting van een binnenlaag aan de gatwand; wordt veroorzaakt
door
aanetsen bij doormetaliseren.
Aspect
Ratio (gat)
Verhouding
van gatdiameter t.o.v. de printdikte doorgaans aangegeven als bv. 1 : 10
Back-etch
Zie
etchback
Bake out
Een
product onderwerpen aan een hogere temperatuur met als doel vocht en
ongewenste
gassen te verwijderen.
Barrel crack
Zie
plating crack
Blind Via
Een
via-gat dat slechts aan een zijde aan het printplaat oppervlak komt.
Het is
geboord en doorgemetalliseerd in en halfproduct.
Blistering
Loslaten
tussen twee lagen met daarbij een plaatselijke zwelling aan het
oppervlak.
Blow-hole
Een
afwijking, zichtbaar na solderen, veroorzaakt door uitgassen.
Bow
De
mate van vervorming van de vlakheid van een printplaat, uitgedrukt in
procenten.
Break-out
Situatie
waarbij een boorgat niet geheel wordt omgeven door een koperspot.
Buried via
Een
via-gat dat NIET aan beide zijden aan het printplaat oppervlak komt.
Het is
geboord en doorgemetalliseerd in een halfproduct.
Burned
plating Verbrand
koper, ruw, dof, bros galvanisch koper, ten gevolge van verkeerde
stroomdichtheid of afwijkende concentratie van het glansmiddel .
Burrs
Bramen.
Verbreding of verhoging van de aansluiting van een buitenlaag aan de
gatwand;
wordt veroorzaakt door het boren, het schuren en/of het borstelen kan
een braam
in de gatwand terecht komen waardoor de einddiameter wordt
beïnvloed.
Compliant
layer
Een
elatisch en/of plastisch vervormbare laag die dient om spanningen van
komponenten op de printplaat op te vangen.
Conformal
coating
Een
isolerende, beschermende bedekking die zich aanpast aan de vorm van de
te
bedekken oppervlakten.
Contamination Verontreiniging.
Corner
cracking Soort
plating-cracks die voorkomen op de hoeken van de gaten.
Crazing Toestand
waarbij de glasbundels hebben losgelaten van de hars op de kruisingen
van
glasbundels. Oorzaak: meestal mechanische belasting.
Cure
Een
chemische reactie die de fysische eigenschappen van een stof,
bijvoorbeeld
adhesie verandert.
D-effect
Loslaten
van chemisch koper van de aansluiting van het basis koper, binnen- en
buitenlagen. Heeft de vorm van een “D”; ontstaat
direct na doormetalliseren.
Het is een bepaalde vorm van post seperation.
Delaminatie Loslaten
van twee lagen.
Delaminatie
pink ring Delaminatie
ten gevolgen van pink ring (loopt vanaf de gatwand)
Dent
Een
deukje in basiskoper dat de dikte van dit basiskoper niet significant
vermindert.
Desmear Het
verwijderen van smear en boorresten van de gatwand.
Dewetting Toestand
die ontstaat wanneer gesmolten soldeer het oppervlak heeft bedekt en
daarna
terugwijkt. Er ontstaat onregelmatige soldeer ophopingen en vlakken met
een
dunne soldeerfilm. Er komt geen basiskoper vrij te liggen.
Drilling
cracks
Cracks
die ontstaan aan de gatwand tijdens het boren en die het
basismateriaal, het
epoxy en/of de glasbundels indringen.
Dross
Oxide
en andere contaminaties die gevormd worden op het oppervlak van
gesmolten soldeer.
Edge
delaminatie Mechanisch
(zagen/frezen) veroorzaakte beschadiging of delaminatie op of onder het
oppervlak van het basismateriaal; zichtbaar als een licht gebied rond
bewerkte
gebieden. (zie ook Haloing)
Etchback
Proces
waarbij niet metallisch materiaal van de gatwand wordt
weg-geëtst tot een
bepaalde diepte. Dit word gedaan om de aansluitingen van de binnenlagen
smear-vrij te maken en om eventueel een positieve etchback te krijgen.
Etchback
negative Hierbij
ligt de aansluiting van de binnelagen terug ten opzichte van de rest
van de
gatwand. Dit kan worden veroorzaakt door te kort te plasma-etsten en/of
te lang
aanetsen in de doormetallisering.
Etch factor Verhouding
tussen totale koperdikte en de etsing parallel aan het printplaat
oppervlak.
Voor reflow;
etch factor = overhang /totale Cu-dikte.
Na reflow, heet vertinnen of tin/lood strippen;
etch factor = undercut/totale Cu-dikte.
Fibrebundle
crack Crack
in de glasbundel.
Fiducial
mark
Een
merkteken op een vastgestelde positie op een printplaat dat dient als
uitrichtpunt
bij het aanbrengen van componenten. Het wordt aangebracht samen met het
geleiderpatroon.
Foil crack
Scheur
in het basiskoper van een binnen- of buitenlaag ten gevolge van
thermische of
mechanische belasting.
Folds
Vouwen.
Hiermee worden meestal vouwen in het koperplating bedoeld. Dit leidt
tot een
soort “nodule” (zie nodule).
Gap
Een
void die voorkomt aan de randen van de spots van de binnenlagen. Een
gap is een
soort “resin recession”aan de binnenlaag. (zie
resin recession)
Gel time Een
maat van de tijd dat prepreg tijdens het persen vloeit. Exact: de tijd
dat hars
vloeibaar is bij een bepaalde temperatuur.
Glasfibre
protrusion Uitstekende
glasbundels in de glaswand. Wanneer hierdoor de galvanische koperdikte
te dun
wordt, kan dit beoordeeld worden als een plating void.
Glas
overgangs temp Tg,
Temperatuur waarbij een overgang plaatsvindt tussen twee vaste fasen
van een
thermoharder. Van een harde, brosse toestand (onder Tg) naar een
rubberachtige
toestand (boven Tg).
Haloing Mechanische
(door boren) veroorzaakte beschadiging of delaminatie op of onder het
oppervlak
van het basismateriaal; zichtbaar als een licht gebied rond de gaten.
(zie edge
delaminatie)
Impedantie Weerstand
(in Ohms) die een wisselspanning ondervindt
Indringdiepte De
afstand gemeten vanaf gatwand die koper indringt, langs glasvezels of
(driiling) cracks, in het basismateriaal. Gemeten evenwijdig aan het
printoppervlak. (zie wicking)
Inter-metallische
laag Overgangslaag
(legering) die zich vormt tussen twee metalen. De laagdikte hiervan
neemt toe
als functie van de tijd. Bij hogere temperaturen groeit deze laag
sneller.
Korngrenzfehler Zie
kristalfouten
Kristalfouten Fout
in de kristalstructuur van elektrolytisch- of basiskoper. Dit kan een
opening
zijn tussen twee kristallen of zogenaamde
“tweeling-kristallen”. De
koperstructuur kan zichtbaar gemaakt worden d.m.v. elektro-polijsten en
beoordeeld met behulp van de elecktronenmicroscoop.
Laminate
void De
afwezigheid van hars of adhesive in een gedeelte waar dit wel behoort
te zitten.
Leaching Het
verlies of verwijdering van een basismetaal of coating tijdens het
soldeerproces.
Lifted
land/pad Een
spot (aan de buitenlaag) die, geheel of gedeeltelijk, heeft losgelaten
van het
basismateriaal met of zonder epoxy aan het basiskoper.
Lifted
land/pad crack Crack
in epoxy ontstaan vlak onder een lifted land/pad ten gevolgen van een
lifted
land/pad.
Mealing
Loslaten
tussen conformal coating en basismateriaal; zichtbaar als vlekken.
Measling Toestand
waarbij de glabundels hebben losgelaten van elkaar op de kruisingen van
de
glasbundels.
Micro-delamination
“Kleine”
delaminatie die optreedt aan de binnenlaag, aan de gatwand tussen koper
en
epoxy/glas.
Mouse-bite
Insnoering
van een spoor ten gevolgen van niet aanwezige etsresist.
Nail heading
Spijkerkoppen.
Verbreding van de aansluiting van een binnenlaag aan de gatwand. Wordt
veroorzaakt door het boren.
Nick
Snee
of inkeping in de rand van een geleider.
Non-wetting Toestand
waarbij gesmolten soldeer het oppervlak heeft bevochtigd, maar zich
niet op all
plaatsen heeft vastgezet. Er blijft basiskoper zichtbaar.
Nodules
Knobbels
in de plating. Deze worden veroorzaakt door verontreinigingen die
ingesloten
worden in de plating.
Open
Elektrische
onderbreking.
Outgrowth De
hoeveelheid plating die over de resist is gegroeid (aan een kant van de
geleider) en daardoor de geleiderbreedte vergroot.
Overhang De
som van outgrowth en undercut.
Onderetsen Indien
er onvoldoende wordt geëtst. Dit kan leiden tot
spoorverbreding. (zie
IPC-A-600: under etching)
Overetsen Indien
er spoorversmalling plaats vindt doo overmatig etsen. (zie IPC-A-600:
Over
etching)
Pad lifting Zie
lifted land/pad.
Pad rotation Een
soort lifted land/pad. Het spotje staat omhoog, maar zit niet los. (pad
rotation wordt in sommige specs beoordeeld als lifted land/pad) Pad
rotation
wordt veroorzaakt door de uitzetting van de printplaat in de Z-richting
ten
gevolgen van thermische belasting.
Peel
strength De
kracht, per breedte eenheid, die nodig is om een geleider-folie van een
basismateriaal te pellen.
Pinhole
Een
klein gat (in bijvoorbeeld een spoor) dat geheel doordringt in een laag
metaal.
Pin
inserting Aanbrengen
van pennen in komponentgaten.
Pink ring
Rose
ring rond een boorgat dat ontstaat doordat de geoxideerde (gezwarte)
laag op de
binnenlaag wordt opgelost door (zure) chemie in verschillende baden.
Dit komt
niet voor bij gereduceerde lagen.
Pit
Een
onregelmatigheid, in de vorm van een klein gat dat niet geheel door de
folie
dringt.
Pitting
“Deuk”in
plating. Ontstaan door achter gebleven luchtbellen op sporen tijdens
galvaniseren.
Plating
crack
Scheur
in galvanische plating ten gevolge van thermische of mechanische
belasting.
Plating
seperation Loslaten
van plating van metaallagen.
Plating void Een
onderbreking in de koper-plating. Dit kan leiden tot elektrische
onderbrekingen. Ook plaatselijk dun galvanisch koper wordt soms als
plating
void beoordeeld.
Positionering De
mate van overeenstemming van de ligging van een patroon, gat enz., ten
opzichte
van de ideale positie.
Post
seperation Loslaten
van chemisch koper van de aansluiting van het basiskoper, binnen- en
buitenlagen.
Prepreg void Luchtbellen
in de prepreg.
Puddling
Verschil
tussen minimale en maximale Sn/Pb dikte. Dit kan verschillend
gedefinieerd
zijn. Ht kan bijvoorbeeld gelden voor alleen SMD-vlakken of voor alle
geleiders.
Pull
strength De
kracht per oppervlakte eenheid. Loodrecht op het oppervlak, die nodig
isom twee
opeenvolgende lagen van elkaar te scheiden.
Registration
Registratie.
(zie positionering)
Resin
content Harsgehalte
(%) in prepreg (hars + glas)
Resin crack
Crack
in hars, meestal aan het printplaat oppervlak, ten gelvolge van
thermische
belasting. (de cracks lopen min of meer horizontaal)
Resin flow
Een
maat voor de vloei van de hars van no-prepreg tijdens het persen.
Exact: de
hoeveelheid hars die bij een bepaalde temperatuur en druk uitgevloeid
is.
Resin
recession Opening
tussen chemisch koper en de gatwand ontstaan, na het onderwerpen aan
hoge
temperatuur, door het terugtrekken van het basismateriaal. Mogelijk
veroorzaakt
doordat het basismateriaal nog niet geheel was uitgehard.
Resin smear Versmeerde
hars over de gatwand ten gevolge van boren. Smear over de aansluiting
van de
binnenlagen bij het eindproduct kan tot afkeur leiden.
Rest ring
De
hoeveelheid koper die is overgebleven van een spot na boren
(binnenlagen) of
etsen (buitenlagen), gemeten van de gatrand tot uiterste punt van de
spot, op
de minimaalste plaats.
Riston void
Plating
void ontstaan door riston etsen waardoor geen plating heeft kunnen
neerslaan.
Scale flow
Maat
voor de dikte van prepreg na verpersen. Exact: de dikte per vel prepreg
na
testpersing onder bepaalde temperatuur en druk.
Scumming
Achtergebleven
verontriniging van solvent resit (adhesive promotor) na ontwikkelen,
waardoor
er een onregelmatig galvanisch koperneerslag ontstaat.
Shadowing
Ontstaat
tijdens “back-etchen”. Wanneer de hars grenzend aan
de binnen- of buitenlagen
niet wordt weggeëtst, terwijl dit in de rest van de gatwand
wel gebeurt.
Short
Elektrische
sluiting.
Skip plating
Komt
voor bij vergulden, wanneer op bepaalde plaats(en) het chemisch proces
niet
aanslaat waardoor deze niet wordt verguld. Zo kan in een reeks
SMD’s één smd
niet zijn veguld.
Skipping
Wanneer
coating of resist de ruimte tussen twee naast elkaar gelegen geleiders
niet
bedekt.
Sliver
Een
dunne sliert plating-overhang die geheel of gedeeltelijk heeft
losgelaten van
een geleiderrand.
Smear
Zie
resin smear.
Step plating Onregelmatige
koperplating. Wordt veroorzaakt door verontreiniging die het neeslaan
van koper
verhindert, maar tijdens het plating proces verswijnt.
Stress crack
Scheur
in de hars (meestal bij een glasbundel), ten gevolge van thermische
belasting.
(Cracks in de hars lopen min of meer vertikaal langs de gatwand).
Striation
“Lucht”
in de glasbundels, tussen glasvezels. De glasbundels zijn niet geheel
geïmpregneerd met hars.
Stripline
Model
bij impedantie-metingen. Het bestaat uit een geleider gelegen tussen
twee
kopervlakken (boven en onder). Men onderscheidt Symetric Stripline
(geleider in
het midden tussen de twee kopervlakken) en Asymetric Stripline
(geleider niet
in het midden tussen de twee kopervlakken). Zie ook microstrip.
Tg
Zie
glasovergangs temperatuur.
Twist
De
mate van vervorming van de vlakheid van een rechthoekige printplaat,
uitgedrukt
in procenten. Bij twist loopt de buiging parallel aan de diagonaal van
de
printplaat. Een van de hoeken van de printplaat ligt niet in hetzelfde
vlak als
de andere drie hoeken. (zie ook bow)
Undercut
Aan
een zijde van een geleider, de afstand van de uiterste koperpunt tot
het
maximale punt van indringing in de geleider, gemeten evenwijdig aan het
printoppervlak.
Verbrand
koper
Zie
burned plating.
Via
(algemeen)
Een
doorgemetalliseerd gat dat wordt gebruikt als kontact medium tussen
verschillende lagen. Er is geen intentie om de gaten te gebruiken als
componentgaten. (zie ook blind-, burried via en acces hole)
Void
(algemeen)
De
afwezigheid van een substantie in een bepaald gebied.
Warp
Zie
bow.
Weave
exposure Oppervlakte
toestand waarbij onbeschadigde glasbundels niet compleet met hars zijn
bedekt.
Weave
texture
Oppervlakte
toestand waarbij het glasmat patroon zichtbaar is, hoewel de
glasbundels nog
wel compleet met hars zijn bedekt.
Wedge void Soort
plating void ten gevolge van pink ring (wedge = wig)
Wetting
Vorming
van een relatief uniforme, gladde, niet onderbroken, hechtende film van
soldeer
op een basismateriaal.
Whisker Een
zeer dunne, monokristallijn achtige wildgroei langs metallische
oppervlakten.
Wicking
Capillaire
absorptie van vloeistof langs de glasvezels van het basismateriaal. Dit
heeft
indringdiepte to gevolg. Indringdiepte is het indringen van koper langs
de
glasvezels.
Willdgroei
Neerslaan
van chemisch nikkel en goud langs geleiders. Dit ontstaat doordat het
chemisch
nikkel/goud neerslaat op geleidende resten basiskoper langs de sporen.
Dit is
niet geheel weggeëtste koper in de poriën (ruwe
treatmentzijde).
Bron:
IPC-T-50 Therms and definitions for interconnecting and packaging
electronic circuits. IPC-A-600 Acceptability of printed circuit boards